Biografie

This post is also available in: English Français

Voor wie belangstelling zou hebben voor waar ik vandaan kom.

 

Aan de Universiteit Gent heb ik van 1993 tot 2016 een reeks vakken mogen doceren over de (geschiedenis van de) wereldpolitiek, het buitenlands beleid van België en nog wat andere thema’s. Van 2006 tot 2014 was ik er ook voorzitter van de Vakgroep Politieke Wetenschappen en tot oktober 2015 van het Ghent Institute for International Studies (GIIS). Vandaag mag ik mij ere-gewoon hoogleraar noemen.

 

Van 2002 tot 2009 was ik ook directeur van het programma ‘Veiligheid & Global Governance’ van EGMONT – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen, de onafhankelijke think tank van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel. Daarmee blijf ik ook vandaag nog verbonden als Senior Associate Fellow. Alle info is beschikbaar op de website van EGMONT.

 

Nu even terug naar het verre verleden. Na mijn studies aan de KULeuven (Germaanse Filologie) en mijn legerdienst richtte ik in 1976, samen met André Van Halewijck, uitgeverij Kritak op. Omdat boeken van anderen uitgeven leuk is, maar ze zelf schrijven nog leuker, heb ik toen mijn eerste stappen gezet in de wereld van de eigen schrijfsels, ondermeer in Knack. En omdat het nog leuker leek om wat dichter te gaan staan bij de buitenlandse en de defensiepolitiek waarover ik talloze bladzijden had neergepend, liet ik mij zonder veel moeite door Louis Tobback overtuigen om te verhuizen, eerst naar het SEVI en dan, in 1988, naar het kabinet van Guy Coëme, minister van Defensie. De meest memorabele momenten daar: de val van de Berlijnse Muur, de door velen vergruisde Belgische afwijzing van de modernisering van de tactische kernwapens in NAVO-verband (maar wat uiteindelijk de goede beslissing bleek te zijn), het prille begin van een lange reeks hervormingen van het Belgische leger, de implosie van de Sovjetunie en, tot slot, de Golfoorlog.

 

Nieuwe verhuis in 1993, ditmaal naar het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken, achtereenvolgens Willy Claes, Frank Vandenbroucke en Erik Derycke. De geschiedenis was toen al aan het vertragen. Het was vooral de uitwerking van een nieuw Belgisch Centraal-Afrikabeleid onder Frank Vandenbroucke en de nauwe samenwerking met ambtenaren en de diplomaten waar ik de beste herinneringen aan overhoud – wat, naar ik mag hopen, wederzijds was. Die ervaring heeft ongetwijfeld meegespeeld toen ik vervolgens België en zijn buitenlandse politiek, 1830-2000 (Van Halewyck, 2001) uitschreef (dat nadien een paar keer herwerkt en geactualiseerd werd).

 

Helmut Gaus, destijds decaan van de kersverse Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, had tussendoor reeds verscheidene keren getracht mij te verleiden om over te stappen naar de universitaire wereld met de bedoeling onderwijs en praktijk wat dichter bij elkaar te brengen. In de zomer van 1995 slaagde hij in zijn opzet. Zo begon mijn academische loopbaan.

 

Sinds de aanslagen van elf september ben ik erg veel bezig geweest met de studie van het terrorisme – met de uitgesproken bedoeling om dit fenomeen in zijn (historisch) perspectief te plaatsen, opdat we er minder paniekerig op zouden reageren. In 2006 werd ik lid van de oorspronkelijke Expert Group on Violent Radicalisation van de Europese Commissie en vervolgens van het European Network of Experts on Radicalisations (ENER). In oktober 2011 verscheen mijn verzamelbundel over dit onderwerp, waaraan een reeks Amerikaanse en Europese experts heeft meegewerkt: Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge. European and American experiences (Ashgate, 2011). Over dit  boek vindt u meer informatie op deze website. In mei 2012 werd het genomineerd op de lijst van ‘Top 150 Books on Terrorism and Counterterrorism’, opgesteld door het academische tijdschrift Perspectives on Terrorism. Andere teksten over terrorisme en radicalisering vindt u elders op deze website. Vanaf 2016 publiceerde EGMONT vier opeenvolgende studies over de zogeheten ‘IS-generatie’: Returnees – Who are they, why are they (not) coming back and how should we deal with them ? Assessing policies on returning Foreign Terrorist Fighters in Belgium, Germany and the Netherlands (met Thomas Renard, februari 2018); Anticipating the post-Daesh landscape (oktober 2017); ‘All radicalisation is local’. The genesis and drawbacks of an elusive concept (juni 2016); Facing the fourth foreign fighters wave. What drives Europeans to Syria, and to Islamic State ? Insights from the Belgian case (maart 2016).

 

Wat mij ook erg bezig heeft gehouden, is het onderzoek naar ‘recurrenties’ in de wereldpolitiek – en in ons dagelijks leven. We denken vaak dat iets ‘nieuw’ is, terwijl die zogezegd nieuwe ontwikkelingen eerder in het verleden ook al voorkwamen en door onze voorouders toen ook als nieuw werden ervaren. Ik heb in 2008 getracht om die ‘golfslagen van de geschiedenis’ uit te schrijven in mijn De geschiedenis van de wereld van morgen (Van Halewyck, 2008). Aan dat boek zou ik eens het vervolg moeten breien, nu de daarin aangekondigde woelige tijden en de wereldwijde golf van verzet en protest, tegen de achtergrond van universeel onbehagen, groeiende ongelijkheid en hardnekkige wrevel over de status-quo, in tal van vormen onze wereld inderdaad zijn gaan beheersen.

 

Ten slotte is ook een reeks projecten over de diplomatieke geschiedenis van ons land afgerond. Samen met Duco Hellema (Universiteit Utrecht) en een reeks Nederlandse en Belgische collega’s werd de geschiedenis van de Belgisch-Nederlandse diplomatieke relaties sinds 1945 te boek gesteld (Nederland-België. De Belgisch-Nederlandse betrekkingen vanaf 1940, Uitgeverij Boom). Het boek werd op 1 december 2011 in Brussel aangeboden aan de Nederlandse en de Belgische minister van Buitenlandse Zaken. In september 2014 is de nieuwe en volledig herziene en geactualiseerde versie verschenen van België en zijn buitenlandse politiek 1830-2015 (Van Halewyck). Ten slotte hebben Vincent Dujardin en wijlen Claude Roosens, beiden van de UCL, en ikzelf de geschiedenis van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken uitgeschreven. Die verscheen in november 2014, zowel in het Nederlands (Buitenlandse Zaken in België. Geschiedenis van een ministerie, zijn diplomaten en consuls van 1830 tot vandaag, Uitgeverij Lannoo), als in het Frans (Les Affaires étrangères au service de l’Etat belge, de 1830 à nos jours, éditions Mardaga).

 

En als u nu nóg meer wil weten, dan is dit misschien een leuk artikel… Aan u natuurlijk om te oordelen.